'Het evangelie in de praktijk gebracht'
'Wie onafhankelijk denkt, doodt de massamens in zichzelf,
die vijand van binnen.'
(Emma Goldman)
Hoe boeiender de achtergrond van een boekencyclus is, hoe langer hij mee gaat. In haar vierde roman rond de jezuïet, psychiater en spion Ignatz Ksaveri, wiens handel en wandel zich in de nadagen van het Habsburgse Rijk afspeelt, neemt Mieke de Loof de lezer opnieuw mee naar het flamboyante Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog. Maar in 'De vijand van binnen' stelt ze het beeld bij van de glamour van de Hofburg, het sabelbont en de Minerva van de dames, de 'salons' waar op niveau gediscussieerd werd, de kunstenaars die bezig waren zich onsterfelijk te maken... want het was ook een stad met een grote, lege onderbuik. De stakkers in de laagste regionen van de samenleving krijgen nu een stem.
De insteek van dit boek is de hongerrevolte van 1911 die hardvochtig werd neergeslagen en mensenlevens eiste. In de wankelende dubbelmonarchie kwam de vijand van binnen: net als de naar onafhankelijkheid verlangende naties in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, werd de opkomende arbeidersbeweging als erg bedreigend ervaren door de heersende klasse.
De auteur zoomt in op enkele anarchistische voortrekkers zoals Schani, de Weense Robin Hood, die steelt van de rijken om het aan de armen te geven.
Om een heel andere reden belandt hij onterecht in de gevangenis, wat ook de klassejustitie tot een thema in dit verhaal maakt.
Anarchisme
Het streven naar een maatschappij zonder centraal gezag maar met een bestuur van kleine, autonome gemeenschappen.
‘Het persoonlijke is politiek’, is een leidmotif van deze beweging.
Belangrijke namen zijn: Bakoenin, Kropotkin, Goldman en in Nederland Domela Nieuwenhuis.
Modernere vormen van anarchisme vind je terug bij de provo’s, de punks, de kraakbeweging, anti-militaristen.
‘Liever
rozen op mijn tafel dan diamanten in mijn nek’
Emma
Goldman
De voortvarende en weerbarstige Ksaveri laat zich, zoals gewoonlijk, enigszins in toom houden door de wijsheid van collega-jezuïeten, Baltasar Graciàn en vader Wolf. Nu worstelt hij met de vraag of elke waarheid moet uitgesproken worden en elke moord opgehelderd.
Hoewel je nooit een traan moet wegpinken, zijn er altijd momenten van ontroering bij deze schrijfster. Ze worden sober en ingehouden gebracht. Gevoelens worden niet breed geëtaleerd, vaak verpakt in een spitsvondig heen-en-weer-dialogeren van de gesprekspartners. Op een ander moment volstaat een gebaar, een stem die zich verheft of een streepje muziek. Het Balkanorkestje van Dragan is altijd goed voor wat Slavische - we bevinden ons in een multicultureel rijk - weltschmerz.
![]() |
| Het modernistische Loos-huis aan de Michaelerplatz, een doorn in het oog van de keizer - p96 (de Hofburg ligt naast dit huis) © Scriptor |
En als Elisabeth's verleden aan de orde is, laat Mieke de Loof de kans niet liggen om Frau von Thurn een diploma te bezorgen van de enige Europese universiteit waar vrouwen welkom waren: die van Zürich.
Zij is niet de auteur die je op de bagagedrager meeneemt. Je moet zelf trappen. Wil je in de ziel van de personages kijken, dan moet je de half geopende deur verder openzetten. Wil je de finesses van het jezuïetendenken begrijpen, dan zul je af en toe moeten stilstaan en misschien wel eens terugbladeren. En wil je de maatschappelijke context echt doorgronden, dan moet je je licht ook ergens anders gaan opsteken. Boeken waar je doorheen spurt, ben je zo weer kwijt. Die waar je je tanden in kunt zetten, blijven je het langst bij.
Waar ligt bijvoorbeeld het Galicië waarnaar Dr. Hartmann, de autopsiearts, vertrokken is??
Het lijkt erop dat Mieke de Loof in dit vierde deel het schrijfambacht nog net iets beter beheerst dan voorheen. Zoals je lucht klopt door een beslag, zo zit er meer ademtocht tussen de woorden en de zinnen. Het verhaal wint zo aan souplesse.
Met deze kroniek van de have-nots te vertellen heeft ze haar meest geëngageerde boek geschreven. Toch voel je dat ze veel meer is dan een barricade-vrouw. Haar filosofische geest wikt en weegt, tast de waarheid af en vindt geen simplistische antwoorden. Ook niet toevallig komt het heilige vuur van jonge mensen, nog niet gehinderd door de twijfel die coming-of-age-ervaringen met zich meebrengen.
Schrijftechnisch gezien
moet het aartsmoeilijk zijn om een maatschappelijk ideeëngoed geloofwaardig,
boeiend en levendig te verwerken in dialogen en personages. De lezer die er
belangstelling voor heeft, kan zo mee aanschuiven aan de vergadertafel van een
anarchistische cel of een kritische vraag bedenken bij de uiteenzetting van
Emma Goldman. Op een meer emotioneel niveau kun je je makkelijk inleven in de sturm-und-drang van deze wereldverbeteraars.
Wie Wenen kent, wandelt en kijkt mee met haar personages. Dat is pure winst. Anderen zou ik willen aanraden om deze gelaagde stad te gaan ontdekken en niet te vergeten iets te proeven uit het onuitputtelijke assortiment aan koffie en zoetigheden in de grand cafés... die de kritische stemmen van 1900 over de vloer kregen. En wie niet lang zonder lectuur kan, vindt er steevast kranten en bijna altijd stilte!
Quotering: ****½
Uitgegeven bij De Geus - 2012




Geen opmerkingen:
Een reactie posten