In dit boek zijn de rollen omgekeerd, is de Israëlische kleinzoon de
verteller en zij het bijna onuitputtelijke maar weerbarstige onderwerp.
Meir's grootmoeder was iets na de 2de emigratiegolf (1904-1914) vanuit
Oekraïne naar Palestina gekomen. De chassidische pioniersfamilie legde er
moerassen droog en ploegde voren in het oude erfland. Samen met andere
inwijkelingen richtte ze een mosjavim,
een landbouwcoöperatie op. Opa Aharon had het jodendom verruild voor een ander
vurig geloof, dat van het socialisme en zionisme, terwijl zijn broer een plek
had gevonden in het Amerikaanse kapitalisme. Dat werd gezien als dubbel verraad.
De trotse pioniers spraken voortaan Hebreeuws. Het
Jiddisch was de taal van de verbanning. Toch sluipt er hier en daar nog een
woord uit de oude wereld in Tonja's zinnen. Omdat er een aantal Jiddische
woorden in het Nederlands zijn
opgenomen, klinkt 'krats' ons bekend in de oren.
Na eerst vijftien jaar in tenten
te hebben geleefd, betrok de familie een stenen huis. Of het één met het ander
te maken heeft, is de vraag, maar Tonja ontwikkelt vanaf dan een poetsmanie. Op
elke klink en handvat ligt permanent een doekje. En een vloer is pas schoon als
uit de uitgewrongen dweil klaar water komt. Het onderste stuk van
elke muur is afwasbaar... wat niet wil zeggen dat de kinderen ze mogen
'verkratsen'!
Tonja's wil is wet. Opa
Aharon vertrekt soms even met de noorderzon.
Als op een dag de kapitalistische verrader Jesjajahoe - die zich bovendien Sam laat noemen - een stofzuiger per boot en trein naar Palestina stuurt, reageert oma als haar originele, onbuigzame zelf.
Tijdens een live-interview in het Brusselse cultuurhuis Passa Porta zei Meir Shalev: 'Als de zinnen die je leest er heel makkelijk uitzien, denk dan maar dat ze het resultaat zijn van hard labeur.'
Zijn taal ziet er héél gepolijst uit,
je glijdt er doorheen, wat niet wil zeggen dat je niet eens stilstaat bij een
verrassende metafoor of heerlijke tongue-in-cheek-humor. De rest van de tijd kan al je aandacht
gaan naar unieke, onvervangbare mensen.
Het mooiste compliment dat deze auteur
ooit kreeg, kwam van Russische lezers. Volgens hen schreef hij als een echte
Rus. Niet toevallig zijn Gogol en Nabokov zijn grote voorbeelden. Mij deden
zijn karakters ook aan de kibbelende en mopperende personages van Tsjechov
denken.
'Het zat zo' is nog steeds de
openingszin voor echte en verzonnen verhalen in de familie Shalev.
Quotering : ****½
Uitgegeven bij Anthos - 2010


Geen opmerkingen:
Een reactie posten