Een dochter van goede huize
'... de lucht van stervende bloemen maakt me aan het niezen.'
Het is niet gek dat een vader, die astronoom is, zijn dochter Luna noemt. Maar de Luna uit Koortsmeisje is ook een creatie van een schrijfster die zich tot doel heeft gesteld het gestoorde innerlijk van een jonge vrouw te verliteraturen. Deze Luna is maanziek en niet alleen bij volle maan...Het vertrekpunt van deze kleine roman is een waar gebeurd verhaal over een 19de eeuwse vrijgezel die ervan verdacht werd haar ouders te hebben vermoord. Dat Elisabeth Östnäs minder in de schuldvraag dan in de achterliggende feiten en situaties geïnteresseerd is, wordt al snel duidelijk. Ze laat de lezer kijken vanuit Luna's verwrongen perceptie. Omdat je op deze manier niet weet wat echt is en verzonnen, ontstaat hieruit een spanningsveld. Maar dat de hoofdpersoon losgekoppeld is van haar eigen gevoelswereld en geen emotionele banden kan ontwikkelen, daarover bestaat geen verwarring. Dat gebrek aan empathie wordt in kille zinnen verwoord:
'Tranen over de doden? Wat is het nut ervan?'
'Zelf kan ik helemaal niet huilen, dus mijn zus moet ook voor me huilen.'
'Ik hoopte dat hij stiekem van de bessen zou snoepen want die zijn giftig.'
Haar gestoorde aard weerspiegelt zich ook in haar vergaande bezitsdrang en het afschuiven van de verantwoordelijk voor haar daden.
Koortsmeisje gaat over het uiteenvallen van een heel gezin. En die tragedie mag niet alleen op het conto van Luna geschreven worden. De verwaarloosde tuin en het aftandse, stoffige huis symboliseren de teloorgang van de familie. Of de liefdeloosheid waarmee de gezinsleden elkaar bejegenen, een medeoorzaak van het grote drama is of een gevolg van eerdere tegenslagen, daar laat dit omsluierde verhaal je zelf over nadenken. In een koortsroes is niet alles helder. Deze suggestieve vertelling biedt dus ruimte aan de verbeelding van de lezer.
'Alles is veranderd. Waar heb je dan nog woorden voor nodig'? concludeert Luna.
Wie een gezonde relatie met zijn omgeving onderhoudt, heeft meer nodig dan de klinische blik van dit hoofdpersonage. Zo iemand kan niet zonder woorden. En een auteur als Elisabeth Östnäs is bereid om haar - net iets dikkere en verfijndere - woordenboek met anderen te delen. Door dat taal- en stijlassortiment te plaatsen in een 19de eeuws decor waar je pastei van dode huisduiven kunt eten en bezwarend materiaal onder de enkellange rokken van een winterjurk kunt verstoppen, komt het nog net iets meer tot zijn recht.
Quotering: ***½
Uitgegeven bij De Geus - 2014
De boeken van Elisabeth Östnäs


Geen opmerkingen:
Een reactie posten