Van witte stranden naar witte mensen
Het is ongelijk verdeeld in deze wereld. Word je geboren op een paradijselijk eiland, dan kun je vaak het hoofd - figuurlijk - niet boven water houden. Heb je een goeie baan, dan woon je misschien onder de rook van een stad.
Molukkers die voor de Tweede Wereldoorlog toetraden tot het KNIL (Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) waren vooral op zoek naar een behoorlijk inkomen. Daarnaast was hun band met de kolonisator sterker dan bij andere Indische onderdanen omdat de Molukken overwegend christelijk waren. Dat maakte hen tot erg trouwe militairen die de Japanners te lijf gingen en tijdens de politionele acties - een eufemistische term voor militaire interventie - de nationalistische opstand mee de kop indrukten. Na de oorlog werd de roep om onafhankelijkheid van de archipel immers steeds luider. Je moest een kant kiezen en de Molukkers werden snel door Javanen en andere eilanders als verraders bestempeld. Toen Soekarno de natie ging leiden, wilden ze het liefst onafhankelijkheid. Ambon lag in menig opzicht ver van Djakarta. Maar de Molukse KNIL'ers zaten in de tang en de Nederlandse overheid besloot om ze - voorlopig, zo werd gesuggereerd - naar Holland te halen. Daar werd een aantal van hen, met hun familie, ondergebracht in de barakken van het voormalige concentratiekamp Westerbork, intussen omgedoopt tot Schattenberg... met de mededeling dat ze uit het leger werden ontslagen.
Van Nederlands Indië, hun oude wereld, bleef niets meer over. Van hun gevoel van eigenwaarde en de inhoud van hun beurs ook niet. En het vertrouwen in de blanda's was voor altijd weg !
![]() |
| Maluku © M+M Photographers |
In 'Kazernekind' wordt de grote geschiedenis weerspiegeld in het leven van Jo en Bantji Polnaya. Moedig wroeten ze zich een weg door tegenslagen heen: ze verliezen twee van hun dertien kinderen, Bantji overleeft het Jappenkamp, ze verduren de Hollandse winter in hun te krappe, primitieve barak, knopen moeizaam de eindjes aan elkaar... tot er na twintig jaar opvang eindelijk een echt huis op hen wacht. Als het zover is, zijn ze ook uit de geldzorgen want Jo heeft het handelsinstinct van haar moeder geërfd en een goed lopend winkeltje in het kamp gerund... en, niet te vergeten, héérlijke zelf gemaakte loempia's verkocht!
Wat de toekomst betreft, zijn de Molukkers verdeeld. Een aantal draagt nog steeds het 'illegale' KNIL-uniform en wordt verguisd door de meerderheid die de Molukse vrijheidsstrijd in en buiten Indonesië steunt. Maar ook binnen de onafhankelijksbeweging zijn er kampen. Intussen maakt de overheid zich zorgen over de gebrekkige integratie van deze eilanders. Het jarenlange wonen tussen de eigen mensen heeft ervoor gezorgd dat ze hun plaats in de grotere samenleving niet hebben ingenomen. De tweede generatie heeft wel school gelopen maar is rebels en vaak werkloos.
![]() |
| Jo Polnaya en Marlies Mielekamp © Annemarieke van den Broek |
Ook ten huize Polnaya heerst er verdeeldheid. Vader Bantji steunt de kapers, ongeacht het geweld dat ze gebruiken. Sommige kinderen worden heen en weer geslingerd tussen Nederlandse klasgenootjes en hun Molukse wortels of tussen hun Nederlandse partner en hun ouders. Moeder Jo blijft vredelievend maar haar stille zoon Tommy glijdt af naar extremisme. In '77 worden er kinderen en personeel van een lagere school gegijzeld en wordt er opnieuw een trein gekaapt...
![]() |
| Boottaxi © Joel Abroad |
In Marlies Mielekamp hebben ze een uitstekende kroniekschrijfster gevonden!
Quotering : ****
Uitgegeven bij Artemis - 2012
Het boek van Marlies Mielekamp
Lees hier het interview dat Marlies Mielekamp aan De scriptor gaf




ontroerend ik ben zeer benieuwd naar dit verhaal
BeantwoordenVerwijderen