'Hoe ver ben ik afgedwaald van wat ik ooit had willen worden,
flitste het soms door mijn hoofd.'
Van een boek dat Oorlog en terpentijn heet, verwacht je dat het oorlogsgedeelte vele malen heftiger en aangrijpender is dan dat over een schildersbestaan. Stefan Hertmans heeft ervoor gezorgd dat je, wat die veronderstelling betreft, niet te licht mag oordelen. Wanneer de Grote Oorlog op bladzijde 162 zijn wanstaltige gezicht laat zien, hebben zijn personages al een bovenmenselijke strijd gevoerd. Bij de hel van de loopgraven hoort een duivels voorgeborchte.
In deze, op de memoires van Hertmans’ grootvader gebaseerde, vertelling zijn het demonische en de puurste schoonheid als de nacht en de dag van het leven. Maar wel in winterse tijden, wanneer het langer donker is dan licht. Voor opa Urbain, die met een kindervoet in de 19de eeuw stond, heeft de mensonterende frontervaring aan de IJzer een seismisch effect. Toch is hij vooral een overlever. Zijn taaiheid had al vorm gekregen in de spartaanse tijden die aan de oorlogswaanzin vooraf gingen.
In deze, op de memoires van Hertmans’ grootvader gebaseerde, vertelling zijn het demonische en de puurste schoonheid als de nacht en de dag van het leven. Maar wel in winterse tijden, wanneer het langer donker is dan licht. Voor opa Urbain, die met een kindervoet in de 19de eeuw stond, heeft de mensonterende frontervaring aan de IJzer een seismisch effect. Toch is hij vooral een overlever. Zijn taaiheid had al vorm gekregen in de spartaanse tijden die aan de oorlogswaanzin vooraf gingen.
Een eerbaar beroep hebben was rond het fin de siècle allerminst een garantie voor een fatsoenlijk loon. Hoewel Franciscus, de overgrootvader van de auteur, een begaafd restaurateur van kerkfresco's was, kon hij zijn vrouw en vijf kinderen niet meer dan een schooiersbestaan bieden. Karige maaltijden, te weinig kolen, de armenapotheek, lopen op klompen… zo zag Urbains jeugd eruit. Van studeren was geen sprake. Vanaf zijn dertiende moest hij voor een paar cent kinderarbeid verrichten. Hij sloofde lange tijd in een levensgevaarlijke ijzergieterij. De astmatische Frans verging het niet beter. Hij werkte op wankele ladders in tochtige kerken, gebruikte loodwit dat je, na verloop van tijd, gegarandeerd een dodelijke vergiftiging bezorgde. Ondanks het zware kruis van deze diep gelovige familie, had moeder Céline altijd een rechte rug en een felle, respect afdwingende tong. Voor iemand als zij is de uitdrukking 'daar kun je mee naar de oorlog' bedacht.
De kracht van dit eerste boekdeel ontstaat uit het contrast tussen de ellende en de kunst. Zwart kan plots wit worden, armoede omslaan in rijkdom. Zowel vader als zoon kunnen zich verliezen in de verbeelding van een kunstenaar en de kneepjes van de bijbehorende vakkennis. Hun samenzwering heeft alles met liefde te maken. Maar wanneer de Duitse pinhelmen aan de grenzen staan te dringen, moet Urbain zijn tekenambities opgeven.
In deel twee trekt de stem van de auteur zich terug om grootvader Martien ononderbroken aan het woord te laten. Met het kiezen voor de ik-vorm brengt Hertmans niet alleen de lezer dicht bij de oorlogsapocalyps en de ziel van de soldaat maar betuigt hij ook groot respect voor zijn manmoedigheid.
Op de Westvlaamse dodenakkers is een mensenleven geen stuiver waard. Sadistische Franstalige officieren vernederen de Vlamingen en sturen hun manschappen (ook de Waalse volksjongens) als kanonnenvlees het veld in. De ene na de andere kokhalzende scène schuift voorbij: het dodelijke gas, de gek geworden zelfmoordenaars, de stank van de lijven, het bezoek van luizen en ratten, het brakke drinkwater, levensbedreigende ziekten... de film noir is eindeloos.
‘Wanneer is het mijn beurt om als een beest aan mijn einde te komen?’ vraagt een wanhopige Urbain zich af. Toch hoor je deze bink ook zeggen: ‘Vreemd genoeg ben ik zelden mistroostig.’
Hoe de sergeant verder geleefd heeft met het idee dat makkers gestorven zijn omdat ze zijn bevelen uitgevoerd hadden, is een vraag die blijft hangen. Wellicht is het antwoord te vinden in het 19de eeuwse plichtsbesef. Befehl ist Befehl gold voor iedereen.
De onwankelbare vuurkruiser houdt zich beter dan anderen staande in deze poel van bloed. Tussen het groteske door blijft hij oog hebben voor finesse. In de koperkleurige gezichten van de slapende soldaten bemerkt hij de schildershand van Goya. En tijdens een nachtelijke wake ziet hij duizenden kleine aaltjes glinsterend door het gras kruipen. Stefan Hertmans noemt dat 'de idylle in de hel'. Zolang de verwondering niet dood is, leef je. Urbain heeft het onverschrokkene van zijn moeder en het fijnzinnige van zijn vader. Die combinatie en een flinke portie geluk slepen hem door de oorlog.
In het slotstuk van dit drieluik laten beide stemmen zich weer horen en hangt een beladen sfeer over het land en de herinneringen. De held van het front zal nooit een slagveld schilderen. Pen en cahiers bieden hem, op hoge leeftijd, wel een uitlaatklep. Toch verbaas je je, samen met zijn kleinzoon, over het feit dat de schok van de liefde heviger nadreunt dan de mortierinslagen achter de IJzerdijk.
Oorlog en Terpentijn vertelt na wat haast niet na te vertellen is. Daarbij zijn de stilistische juweeltjes een perfecte geleider van bijna niet voor te stellen taferelen:
‘Ergens in de verte jankte een hond als een wolf.’
‘Ik danste als een idioot voor mijn leven.’
‘… de verraderlijke, stille maan die ons het leven kan kosten.’
Jan Brokken, Hertmans’ medegenomineerde voor de Gouden Boekenuil 2014 zou zeggen: ‘Eén sprekend detail vertelt meer dan tien gebeurtenissen.’
De zinnen golven naar je toe, beelden en associaties tuimelen over elkaar heen. Deze huiveringwekkende leeservaring zet al je zintuigen op scherp! Niet toevallig hebben grootvader en kleinzoon een aanleg voor beeldende kunst en muziek. Wat de vormgeving betreft, heeft Stefan Hertmans bovendien een delicaat evenwicht gevonden tussen hertalen, citeren en interpreteren. Hij voelt perfect aan welke passages uit de memoires te kwetsbaar zijn om aan te raken.
Hoe levend Urbain, Céline en Franciscus ook zijn, hen echt ontmoeten zul je nooit. Dat je dit wenst is de verdienste van een sublieme toonzetting. Met deze prestatie is ook de zelfopgelegde schuld van de auteur om het stuk laten vallen van het drie generaties oude mannenhorloge ruimschoots ingelost.
Oorlog en Terpentijn is een boek over de uiterste grenzen van het leven. Dit afgrijselijk mooie relaas toont aan dat schoonheid en gruwel hand in hand gaan. Dat creativiteit en barbarij twee kanten van eenzelfde wereld zijn. Daarom is dit universele verhaal nu (jan.'15) brandend actueel!
Wat een schrijvers… beide mannen!
Quotering: ***** Uitgegeven bij De Bezige Bij - 2013



Geen opmerkingen:
Een reactie posten