Leven zonder suiker
‘Geen zorgen,
aan het einde van de
tunnel is er altijd nog een tunnel.’
Een poes op de cover wil niet zeggen dat je een poeslief boek vasthoudt. En wat dit Gazaverhaal betreft, zou je daaraan kunnen toevoegen: wel integendeel. Toch is het niet ondenkbaar dat dit huisdier in het brein van de auteur of de graficus een kleine rol kreeg toebedeeld...Schrijven over de grootst mogelijke ellende, uitzichtloosheid en collectieve eenzaamheid is een hels karwei. Waar begin je en waar eindig je? Hoe praat je lezers bij die wel enig idee hebben maar bij wie onmisbare stukken van het totaalplaatje ontbreken?
Dan kun je niet om feiten en cijfers heen maar evenmin om plastische bijzonderheden, om het in beeld brengen van mensen en hun dagelijkse ervaringen. Zo vergeet je nooit meer dat de Gazanen koffie zetten met door zout en nitraat vervuild water, dat kinderen denken dat ze aangevallen worden wanneer ze een bodyscan moeten ondergaan bij de grensovergang, dat teveel ogen te diep in de kassen liggen, je bijna een hartstilstand krijgt wanneer F16's door de geluidsbarrière gaan of dat het gebrom van drones je gek maakt.
![]() |
| Gaza-stad in brand © Youghalonline |
Hoe die gevangenis eruit ziet toont Inge Neefs erg goed aan. Import-exportactiviteiten zijn kopje onder gegaan in de economische blokkade. De invoer van goederen gebeurt clandestien, ondergronds in de letterlijke betekenis van het woord. Met gevaar voor eigen leven (bombardementen, gasaanvallen) houden werkkrachten de tunnels onder de grens met Egypte open. En de zee, dan? Ook daar vallen kanonneerboten vissers aan, zelfs als ze niet verder dan drie mijl (de door Israël vastgelegde limiet) van de kust verwijderd zijn. Het interessante viswater bevindt zich trouwens - niet toevallig - buiten die zone, verder in zee. Hoe bedreigend het dak van de nationale bajes kan zijn... daar hoeft geen tekening bij gemaakt te worden. En de enkelingen die met penitentiair verlof kunnen, wachten uitreisprocedures en vernederingen aan de grens.
![]() |
| ©Teeksa Photographie_Skip Schiel |
Bij het lezen van dit boek valt het op dat Inge Neefs van het eerste woord tot de laatste zin gewaakt heeft over de objectiviteit van haar observaties en beschouwingen. Tijdens de lange periodes die ze doorbracht in dit onfortuinlijke land heeft ze de getuigenissen van tal van mensen opgetekend en hebben haar ogen alle sprekende plekken gezien. De kritische vinger van de Gazanen wijst trouwens ook naar de eigen onbekwame en corrupte leiders.
Ook over de benadering van het genre mag je een beetje kritisch zijn. Journalistieke non-fictie is niet gebaat bij een pamflettistische toon en die valkuil opent zich een aantal keer in dit boek. Dat je overloopt van emoties bij het beleven van een extreme situatie, is begrijpelijk. Maar wanneer je aan de schrijftafel gaat zitten, moet je afstand creëren en rust inbouwen.
Bovendien is de non-fictie in het recente verleden enigszins in de richting van het romangenre opgeschoven. Op de dag van vandaag moet je ook in deze discipline je ‘plotspelers’ erg goed kunnen neerzetten. Dat betekent dat je ze gelaagd moet maken, iets verder op hen moet inzoomen. Karakters als de ex-politieagente Ibtisam en de jonge rebel Houssein waren daar zeker geschikt voor geweest. Het kleinere verhaal zou het grotere versterkt hebben. En een genuanceerd beeld brengt personages erg dicht bij de lezer, wat niet onbelangrijk is.
![]() |
| © Paul Sedra |
En dan is er de poes nog. Het dier dat rust, zachtheid en veiligheid uitstraalt. Als het sadisme van de bezetters, de oeverloze pijn van slachtoffers of de huilende kinderen bij het graf van hun vermoorde moeder je teveel worden, dan kun je het boek even dichtklappen en je laten opvrolijken door een aaibare wereld. Als je in Gaza zou wonen, zou dat niet mogelijk zijn.
Quotering: ****
Uitgegeven bij EPO - 2013





Geen opmerkingen:
Een reactie posten