De generatiewissel
'Op de een of andere manier is hij in het Carboon in zee blijven dobberen
terwijl de rest van ons geëvolueerd is.'
Dat de auteurs van
misdaadboeken heuse merknamen zijn en dus in het oog springend op de cover
aanwezig zijn, is geweten. Als dat stijlvol gedaan wordt (zoals bij Pontus
Ljunghill, bijvoorbeeld), kun je daar als lezer wel mee leven. Maar over the top is over the top en dus contraproductief.
Het voorplat van Cold case
pijnigt je ogen en doet je achteruit deinzen. De naam Rankin staat er
gigantisch groot op en de combinatie van zwart met oranje is ronduit agressief.
Gelukkig kun je een boek
openslaan als je het leest...
Binnenin vind je, vooral nu Rebus terug is, de vertrouwde Rankin-kwaliteit. De lefgozerige ondeugd van de inspecteur doet je gniffelen als vanouds, de Schotse recht-voor-de-raap-humor is verpakt in heerlijke dialogen. Cold case is zo’n boek waarbij je onderuit zakt en de auteurspen de rest doet.
Als de gepensioneerde Rebus opnieuw hengelt naar een zaak waar hij zijn tanden in kan zetten, moet hij vaststellen dat de tijden veranderd zijn. Buiten de lijntjes kleuren wordt niet meer getolereerd, ook al mogen chefs nu bij de voornaam genoemd worden. Dat de technologische evolutie hem intussen voorbijgehold is, betekent dat hij moet wennen aan andere werkmethodes zoals het gebruiken van sociale media en e-fits (het ouder maken van gezichten van verdwenen mensen).
‘Jij bent vinyl, zij is digitaal,’ zo drukt zijn maatje Siobhan Clarke het uit wanneer ze Rebus vergelijkt met de jonge kracht Christine Esson.
‘Vroeger kreeg je alles via je informanten gedaan’, moppert de pensionado ergens. ‘Het enige netwerk dat telde waren de contacten die je buiten op straat had rondlopen.’
Desolaat Schotland © Moyan Brenn
Dat de inspecteur al zijn leven lang een loopje neemt met die code, is een doorn in het oog van Interne Zaken, het orgaan dat toezicht houdt op het ethisch functioneren van politiemensen. Daarom werkt diensthoofd Malcolm Fox aan een belastend dossier. Het is jammer dat deze kleinere verhaallijn niet erg goed wordt uitgewerkt. Tussen de twee opponenten had het wat meer mogen knetteren. Fox fulmineert vooral in zijn ééntje.
‘Rebus begon zich af te vragen of hij ooit eerder in zijn
leven
verder van een pub verwijderd was geweest.’
Het decor van het Schotse binnenland komt wel uitstekend uit de verf. Op de slingerende, desolate wegen met uitwijkstroken hou je, samen met Rebus, de brandstofmeter in het oog, kom je een whiskystokerij tegen en zie je goed uitgeruste wandelaars de Highlands intrekken. De afstanden zijn er zo groot dat een portokabin soms dienst doet als politiepost. Als je er voor open staat, voelen het ritme en de sfeer van deze bladzijden erg prettig aan.
Fijngevoeligheid hoort ook bij ouder wordende personages. Rebus is bang voor oude dag, voor een tijd waarin hij kruiswoordraadsels zal moeten oplossen en overdag tv-kijken of staren naar de drankkast in de pub. Ook zware jongen Cafferty heeft zich uit de stadsarena teruggetrokken en moet accepteren dat een achttienjarige jongen met hersens en lef uit is op de wissel van de wacht.
![]() |
| De Oxford Bar in Edinburgh, Rebus' stamkroeg © Terinea IT Support |
Of de Schot nog meer Rebussen te voorschijn kan halen... is een vraag waarmee je blijft zitten. Een nieuw onderzoek bedenken, moet lukken, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de pittige één-tweetjes met de nevenpersonages een beetje aan het opdrogen zijn.
Toch gun je de tegendraadse, knorrige inspecteur een nieuwe cold case, al was het maar om jezelf binnenpretjes te kunnen bezorgen als hij en Cafferty remise spelen of als hij het ijs op zijn voorruit wegschraapt met zijn betaalkaart.
Quotering: ****½
Uitgegeven bij Luitingh-Sijthoff - 2013



Geen opmerkingen:
Een reactie posten