Moerassen, hangbruggen en lenige spieren !
'Al waren we inmiddels tot de rijen van de jongbejaarden toegetreden,
dat wilde niet zeggen dat we ronddoolden in een zwart gat.'
Terwijl het gros van de reizigers liever zuidwaarts trekt, is bioloog-antropoloog-geoloog Gerrit Jan Zwier zijn hele leven op zoek gegaan naar het noordelijke gevoel. Hij gedijt bij wijdse toendra, verstilde meren, witte bergkammen en ruigpootbuizerds.
In Er gaat niets boven Zweden onderneemt hij voettochten door Nationale parken, overnacht in berghutten, staat stil bij flora en fauna en kijkt ook wat in de bewoonde wereld rond. Zelfs in het verre Lapland zijn energie- en mijnbouwbedrijven doorgedrongen. Op deze reis laat hij zich in de eerste plaats gidsen door Carolus Linnaeus, een 18de eeuwse Zweedse geleerde die de natuurlijke schatten van het uiterste noorden in kaart heeft gebracht. Bijzonder aan hem is dat hij zich op een breukvlak bevindt: enerzijds gaat hij proefondervindelijk te werk, op andere momenten zoekt de domineeszoon houvast in zijn geloof. Gerrit Jan Zwier stapt figuurlijk en vaak ook letterlijk in de sporen van deze bijna-wetenschapper.
Een nog fictievere reisgezel is Nils Holgersson, een romanfiguur uit een kinderboek van Selma Lagerlöf. In dit opvoedende boek verandert Nils van een kleine beestenpester in een vrijheidslievende dierenverzorger. Ook andere reisgenoten zijn uitgenodigd: afwisselend ontmoet je de geest van Ingmar Bergman, een bevriende fotograaf, een Zweeds wandelmaatje-geoloog uit jeugdige tijden, een Nederlandse Jokkmokker...
 |
Patjelanta Nationaal Park in het noorden van Zweden
© svjo |
Hoewel de auteur mooie zinnen schrijft, levert Er gaat niets boven Zweden helaas geen verhalend proza op. Het geheel hangt als een patchwork aan mekaar, zowel wat de hoofstukken onderling betreft als de inhoud van die hoofdstukken. Niet alleen wordt er voortdurend van de hak op de tak gesprongen maar voel je ook dat Gerrit Jan Zwier geen natuurlijk verteltalent heeft. Goed geschreven zinnen achter elkaar zetten levert nog geen verhaal op. Op deze manier wordt de lezer niet in het boek gezogen. Dat gebrek aan betrokkenheid wordt ook gevoed door de afwezigheid van boeiende personages. Er komen heel wat mensen aangewaaid om even snel weer te verdwijnen. En zelfs van de reisgenoten die wat langer blijven, krijg je geen echt beeld. De wandelaar Zwier stapt behoedzaam en aandachtig maar de auteur zou vaker mogen stilstaan, bijvoorbeeld, om een hutbeheerder en de eenzaamheid waarvoor hij kiest, te portretteren. En waarom niet eens op pad gaan met iemand als gids Mattis, half-Lap-half-Zweed? Doorwinterde reisschrijvers maken dit soort keuzes. De blik van buiten naar binnen kan niet zonder de kijk van binnen naar buiten! Ook helpt het niet dat het boek een verzameling is geworden van diverse reizen. Eén of twee langere tochten zouden voor meer continuïteit en eenheid gezorgd hebben.
 |
De ruigpootbuizerd heeft zijn naam te danken aan zijn gevederde poten.
© Dick Daniels |
Non-fictielezers worden bovendien graag gevoed met kennis. Die zit er slechts in beperkte mate in. Om te beginnen kun je de eigenschappen en schoonheid van grasklokjes, kornoeljes, wilgenroosjes, bosooievaarsbekjes, russulapaddestoelen, gestipte apollovlinders... maar moeilijk benoemen. Precisie beogen ('Waar het nat is, bloeit het witte wollegras') is niet altijd voldoende. Andere, beter communiceerbare weetjes en thema's worden aangeraakt en weer losgelaten. Eten de Samen echt van twee walletjes? Hoe zit dat met de IJslanders die in oude tijden naar het binnenland waren verbannen? Staat de Lapse cultuur onder druk door de industriële bedrijvigheid of andere Zweedse activiteiten? Zelfs de hedendaagse migrantenkwestie komt even om de hoek kijken. Voor een goede boekenschrijver is het afbakenen van het onderwerp een basiscriterium! Neem op wat past in het geheel en werk dat uit. Gooi al de rest over boord. Dat geldt ook voor de - overigens genietbare - herinnering aan een eerdere reis naar de Faeröer-eilanden. Om die passage te verantwoorden is het bindende element, reismaatje Anders T., veel te zwak belicht.
Wat de normen van de verhalende non-fictie betreft, scoort dit boek dus laag. Eigenlijk hinkt deze aanpak op twee benen: het verwoorden van een natuurdocumentaire (die wil je toch liever zien) en het aanbieden van maatschappelijke kennis. Er gaat niets boven Zweden mist jammergenoeg samenhang, stoffering, verdieping, inleving in mensen en een overtuigende vertelstem! Natuurlijk moeten jongbejaarden hun passie blijven opzoeken... maar lezers met minder soepele spieren kruipen wel graag in de rugzak!
Quotering: **½
Uitgegeven bij Atlas Contact - 2015
De boeken van Gerrit Jan Zwier
Geen opmerkingen:
Een reactie posten