Een verhaal te groot voor woorden?
'Iedere dag leidden alle wegen naar het kamp.'
Het incasseringsvermogen van mensen is aanzienlijk. Die gave dient het overlevingsmechanisme en dus de kern van ons zijn. Maar toch zijn er grenzen. Die worden bereikt wanneer een individu gebukt gaat onder zeer extreme omstandigheden: opsluiting en een bijbehorende mensonterende behandeling, bijvoorbeeld, of het zien van anderen die daaronder lijden. Dat overkwam de moeder van Marjoleine Oppenheim-Spangenberg toen ze in een concentratiekamp terecht kwam.
In '42 wordt de joodse Rien bij een identiteitscontrole opgepakt en via een Nederlandse gevangenis naar Westerbork gestuurd en vandaar naar het vernietigingskamp Auschwitz. Daar kon je 'ieder moment dood gaan, gewoon omdat de manier waarop je bewoog of sprak, niet beviel.' Dood gaan kon trouwens op heel wat manieren: door ondervoeding en ziekte, bovenmenselijke koude en dwangarbeid... of door de onvruchtbaarheidsexperimenten van de kamparts. En alsof die last nog niet zwaar genoeg was om te dragen, kwam je ook nog oog in oog te staan met medegevangenen en leidinggevenden die kickten op pesterijen. Op een deel ervan kon je makkelijk het etiket 'marteling' kleven.
![]() |
| Auschwitz © C. Puisney |
Wat Riel in de oorlog verloren heeft, daar kun je een waslijst mee vullen. Hoe diep dat verlies was, tekent deze uitspraak van haar:
'Ik was blij dat ik twee kinderen had gekregen die er niet joods uitzagen, daar ben ik heel lang als de dood voor geweest.' De na-oorlogse beleving van haar eigen joodse identiteit beperkte zich tot niet veel meer dan het bakken van een gembercake.
![]() |
| Zevenarmige kandelaar, belangrijk joods symbool, hier voor de Knesset, het Israëlische parlement |
De opgelopen schade was zo groot dat ze niet eens ophield bij één generatie. Dochter Marjoleine kreeg fysieke en mentale klappen. De relatie met haar moeder was gecompliceerd en vaak pijnlijk. Daar ergens tussenin was er plaats voor liefde. Schrijnend is de passage waarin ze vertelt over het foute verjaardagscadeau voor Riel, gekocht van het tientje dat ze door hard labeur bij elkaar gewerkt had. Op voorhand kon je nooit weten welke associaties de geest van Riel zou maken. Een doorsnee voorwerp kon de meest gemene kampherinnering oproepen. Onschuldig leven was voorgoed voorbij.
Toch is het beeld dat blijft hangen niet alleen tragisch. Riel was een uitermate sterke, zelfbewuste vrouw, moedig, volhardend en inventief bovendien. Die eigenschappen hebben wellicht haar leven gered.
![]() |
| Mikwe (badhuis), oudste joodse monument in Nederland (14de eeuw) © Limburgs Museum Venlo |
Marjoleine Oppenheim-Spangenberg heeft in Over zij en ik niet alleen voor haar moeder maar voor al haar lotgenoten een monument opgericht. Zij heeft hiermee het moeilijk uitspreekbare verwoord en het bijna onbenoembare vorm gegeven. Daarbij heeft ze de valkuilen van zelfbeklag en tranendal perfect omzeild. Ze heeft van de levensstijl van haar moeder haar schrijfstijl gemaakt!
Quotering: ****
Uitgegeven bij De Geus - 2013
De boeken van Marjoleine Oppenheim-Spangenberg




Geen opmerkingen:
Een reactie posten