OMWILLE VAN PRAKTISCHE EN TECHNISCHE REDENEN HEEFT DIT BLOG HELAAS OPGEHOUDEN TE BESTAAN. DE SCRIPTOR DANKT JULLIE VOOR HET JARENLANG TROUW BEZOEKEN VAN DEZE RECENSIEPAGINA'S !

14 september 2014

Mariët Meester - Hollands Siberië

Bordjes met 'Verboden toegang'
  

'De koloniegeest krijgen
betekende dat je gewend raakte aan de afwezigheid van prikkels,
dat je behoefte aan impulsen langzaam maar zeker verdween.' 

Toen justitiepastoor Peter Pex even voor de Tweede Wereldoorlog in het Drentse detentiedorp Veenhuizen terecht kwam, vond hij een gemeenschap van weeskinderen, zwervers, souteneurs, dieven, geweldsplegers... 'een laag gezonken allegaartje' dat, volgens de mores van die tijd, gestraft en heropgevoed moest worden. Overdag werkten 'de verpleegden', zoals de bewoners wat eufemistisch genoemd werden, in het zichzelf bedruipende dorp. 's Avonds ging het licht boven de slaapkooien vroeg uit. 
'Het meest opvallend was de stilte', zo lees je. In deze artificiële, van de buitenwereld afgesneden samenleving, was er weinig te beleven of te leren. Toch slaagt die merkwaardige kolonie in dat desolate gebied van turf- en heidegronden erin om het leven van de pastoor te laten kapseizen.

Erg nuttig voelt Pex zich in die beginjaren niet. Machtsverhoudingen en leefregels beknellen hem. Zijn leven is er één van koorddansen. Er lopen allerlei zichtbare en onzichtbare scheidingslijnen door Veenhuizen: die tussen gedetineerden en beambten, roomsen en protestanten, partijpolitieke opponenten, klassen van gedetineerden... maar ook die tussen mannen en vrouwen. Dat laatste geldt niet in het minst voor de oud-kloosterling die nu in één huis moet wonen met een huishoudster, eerst een oudere vrouw, daarna een jongere.

Veenhuizen 1930 
© www.cultuurwijzer.nl
Tijdens de oorlog wankelt het fundament van de kolonie. Joodse vluchtelingen en onderduikers die aan de gedwongen inschakeling in de Duitse economie willen ontsnappen, vragen onderdak. Het is een tijd van kleur bekennen, van kiezen voor verzetswerk, voor de NSB, of voor struisvogelpolitiek. De pastoor en zijn huishoudster zetten zich resoluut in voor verzetsmensen en gevluchten. Wanneer de Duitsers begrijpen dat in het justitiedorp gezagsgetrouwheid een andere lading heeft gekregen, wordt de druk op de Veenhuizenaren opgevoerd.
 
De hamvraag is of Peter Pex zich staande kan houden in een wereld die buiten hem én in zijn binnenste op z'n kop wordt gezet. Zowel historische gebeurtenissen als hormonen spelen hierbij een rol.  
'Het enige wat ik wil', zo beseft hij, 'is het leven ten volle omarmen.
Ik begrijp niets meer van al dat vooruitzien naar een leven ná de dood.' 

 
Dienstwoning met stichtelijk opschrift 'Orde en Tucht'
© familie Alsemgeest
Hoewel de invalshoek en het feitenmateriaal in Hollands Siberië veelbelovend zijn, is de uitwerking dat allerminst. Het boek mist eenheid, bindende elementen. Een hele rist situaties, personages en feiten wordt op- en weer afgevoerd. Door dat komen en gaan stokt het verhaalritme voortdurend en is de kans op opbouw en verdieping verkeken. Zelfs de hoofdpersonen maken geen innerlijke ontwikkeling door, ze blijven vlak en bloedeloos. De auteur 'zegt' dat er geestelijke confrontaties zijn maar haar karakters beleven ze niet en de lezer ervaart ze, bijgevolg, ook niet. Mariët Meester verliest zich in uitleggerigheid. Bovendien hanteert ze een stroeve stijl die alle naturel mist. 

Een meeslepende roman heeft iets bezwerends, iets magisch. Hollands Siberië bezorgt je helaas de aandrang om een ziel in het plot te blazen...
 
 
Quotering: **

Uitgegeven bij de Arbeiderspers - 2014

De boeken van Mariët Meester

Geen opmerkingen:

Een reactie posten