Eens een Weltman, altijd een Weltman
'In een gewelddadige groep zijn vrouwen het felst, het fanatiekst.'
Zo'n veertig jaar geleden sloten, onder druk van een krimpende afzetmarkt, de Nederlandse mijnen in Zuid-Limburg hun deuren. Tienduizenden arbeidsplaatsen gingen verloren. Slechts een handvol nieuwe banen werd gecreëerd. Over de welvaart en de toekomst van velen was een grauwe sluier gaan hangen.
De ontplooiing en teloorgang van zo'n mijndorp vormt het achterliggend beeld van De erfgenaam. Maar economie wordt aangestuurd door mensen, door zij die ambitie en lef hebben, die de dingen groot zien... ook, en misschien vooral, hun greep op de samenleving. De fictieve familie Weltman, mijnpioniers van het eerste uur, is daar een voorbeeld van. Een generatie later zijn de Weltmans 'de onbenoemde heersers van het dorp'. Dat was zowel het resultaat van arbeid en initiatief als van immorele praktijken: het naar de hand zetten van ambtenaren, vergunnigen, bestemmingsplannen, subsidies... Onderhandse aktes, het uitknijpen van leveranciers en het kapotconcurreren van mededingers, deden de rest.
‘De toekomst van de
arbeiders en van de streek was hun eigendom, hun rijkdom was groter dan geld en
bezit, zij hielden de tijd in hun greep,’ zo drukt Charles den Tex de macht van
deze locale potentaten uit.
De jonge Weltman, erfgenaam en hoofdpersonage van dit boek, vindt dat hij het anders moet doen. Met het mijngebeuren heeft hij toch al niet veel. Hij is een man van zijn tijd die handelt in aandelen en bedrijfsovernames. Deze telg van de mijndynastie leeft letterlijk en figuurlijk aan de rand van het dorp. Ergens tussen schuldgevoel en goedheid ontstaan zijn daden. Waar hij kan doneert hij of ondersteunt hij financieel: een stuk grond voor een sportterrein of het betalen van de aannemer die het hotel van zijn vriendin opknapt.
![]() |
| Oude mijnschacht (nu museum) in Heerlen
© Rob Slangen
|
Wanneer zijn huis afbrandt moet hij tot zijn schrik vaststellen dat er
'openstaande rekeningen en gevoelens zo oud als de bomen in het bos’ bestaan, rekeningen die niet met geld te vereffenen zijn. Van dan af trekt zich een thriller op gang die, zoals we van Charles den Tex mogen verwachten, nergens stilvalt. Actiepassages worden afgewisseld met intelligente en mooi geformuleerde doordenkertjes en beschouwingen. Een greep uit het aanbod:
‘Door niet te verhuizen hadden zij de tijd bij zich gehouden.’
‘Adviseren is mensen vertellen wat ze allang weten maar niet durven zeggen.’
'Hij had een onnavolgbare manier van bewegen, alsof hij net een halve tel achter zijn eigen ritme liep.'
‘Kennis vind je aan de randen, niet in het centrum.’
Beetje bij beetje wordt het Weltman duidelijk dat de mijnschachten en kelders geheimen bevatten die het daglicht schuwen. Archief per archief en sleutel per sleutel kraakt hij de code die hem naar zijn belager zal leiden. Gelijktijdig met de zoektocht naar de agressor legt hij een weg af naar zichzelf. Uiteindelijk moet hij toegeven dat er veel meer Weltman in hem zit dan hij vermoedde en misschien zou willen.
![]() |
| Het miljoenentreintje in Zuid-Limburg kostte destijds een fortuin omdat het een stevig draagvlak moest hebben vanwege de ondergrondse steenkoolgangen © FaceMePLS |
Het meest bijzondere beeld - letterlijk en figuurlijk - uit dit boek is een sculptuur van Alberto Giacometti: 'De lopende man'. Het is het enige stuk dat Weltman, zij het gehavend, uit de smeulende as, redt. Net zoals de iele man die met grote passen door het leven wil gaan maar zware voeten heeft, zo is de levenswandel van Weltman voor altijd verankerd in de geschiedenis van de mijn en de belastende erfenis zijn voorouders.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten