Een brug die de wereld zag veranderen !
'De veerponten schuimen en blazen,
altijd doen ze alsof ze naar Odessa varen, of naar Athene,
in plaats van dat kwartiertje naar de overkant.'
Wie ooit in Istanbul
geweest is, heeft minstens één keer de oversteek gemaakt tussen het Ottomaanse
gedeelte van de stad en Pera, de vroegere Europese wijk waar, na het wegtrekken
van Genuezen, Venetianen, en vooral Grieken en Armeniërs, nu de Westerse
diplomatieke gezanten de sfeer van het multiculturele Sultanaat nog enigszins
levend houden.
Tussen beide stadswijken
ligt de Galata-brug, een plek met haastige passanten maar ook vaste ‘bewoners’:
venters, vissers, schoenpoetsers, zakkenrollers, een bedelaar zonder
stembanden, een lotjesverkoper… Allemaal verdienen ze miljoenen per dag en toch
zijn ze straatarm. Een miljoen oude lira's is zo’n halve euro waard. Meestal
gaat het om aangespoelde Anatoliërs, mensen uit het dorpse achterland die in
hun streek niet konden overleven. Sommigen lijden honger, een flink aantal van
hen kan geen geneeskundige zorgen betalen. Tegelijkertijd groeit de Turkse
economie als kool maar ongeschoolden of zij die te oud zijn voor een
fatsoenlijke baan profiteren daar vaak niet van.
De brug is altijd een
getuige van de geschiedenis geweest. Of ze van hout, ijzer of beton was, altijd
keek ze in de twee richtingen. Ze zag dat de multi-etnische en multi-religieuze
samenleving, die het Ottomaanse Rijk kenmerkte, meer een gastvrijheids- en
gedoogkarakter had dan een integratiegezicht. Hoewel de Ottomaanse burgerij in
de 19de eeuw steeds meer in de ban geraakte van de Europese
nieuwigheden en politiek actieve studenten het vermolmde en dictatoriale regime
achter de muren van het Topkapi-paleis zat waren, bleek voor en na de
eeuwwisseling het water van de Gouden Hoorn erg diep te zijn. Intense
handelsbetrekkingen, druk boten- en later brugverkeer, konden niet voorkomen
dat de culturele lappendeken in stukken scheurde. Een samenloop van
omstandigheden, waarvan de Eerste Wereldoorlog er één was, leidde tot geweld en
ethnische zuiveringen. Cosmopolitisme moest plaatsmaken voor nationalisme.
![]() |
| De vissers op de Galata-brug © Shankar S. |
De afgelopen jaren bracht
Geert Mak geregeld tijd door op en rond de Galata. Hij sprokkelde verhalen, die
op hun beurt vragen en ook inzichten meebrachten. Hij maakte vrienden en liet
zich hun warme openheid welgevallen. Zelfs de alleramste bood hem thee aan.
Weigeren was, zoals een eercultuur het
voorschrijft, geen optie. Hoewel de brug een mannenwereld is, slaagde de auteur
erin om ook met enkele vrouwen, zelfs vissende dames, in gesprek te gaan over
hun dromen, hun keuzemogelijkheden en hun persoonlijke strijd.
Chroniqueurs zoeken bovendien
graag het gezelschap van collega’s op. Dat een aantal van hen, zoals de Franse en
Italiaanse reisschrijvers uit de 19de eeuw, in een
andere tijd hebben geleefd, is daarbij vooral een voordeel. Istanbulgangers
zoals Pierre Loti, Gérard de Nerval, Théophile Gautier en Edmundo De Amicis
zagen een andere brug en stad en verdiepen Maks blik. De Amicis’ zintuiglijke
kijk uit 1878 legt aan de hand van details een sociaal leven bloot. Hij ziet
‘Parijse laarsjes, Turkse muiltjes, laarzen uit Turkestan (Het gebied in Centraal-Azië waar ethnische Turken woonden. DS), Albanese slobkousen maar ook schoeisel van touw of
lompen. Het is verrassend om vast te stellen dat de brug toen hectischer was
dan nu. De Italiaan moet uitkijken om niet omver te worden gelopen door een
troep Armeense sjouwers of onder de stormpas van een compagnie keizerlijke
soldaten terecht te komen. Geert Mak constateert dat ‘het lopen trager is
geworden, meer sjokken is en flaneren’. ‘En de vissers zijn helemaal
stilstaande figuren geworden.’
Daarnaast zijn er natuurlijk
ook de hedendaagse stadsschrijvers, sommigen enkel bekend bij de stedelingen,
anderen, zoals Orhan Pamuk, Nâzim Hikmet en Elif Shafak, hebben naam gemaakt ver
over de Bosporus-grenzen heen. Als een Istanbulse uitgever het had aangedurfd
om De brug in het Turks te
publiceren, was een Nederlander kunnen toetreden tot het plaatselijke gilde van
chroniqueurs. Maar als Geert Mak dat geambieerd had, had hij Sultan Mehmet II
geen wreedaard mogen noemen en de Armeense kwestie geen genocide. Ook dat is
een eercultuur! Dat
traditionalist Erdoğan minder vast in het politieke zadel zit dan hij zou
willen, kan hierbij een troost zijn... De wind van Pera waait, zelfs
sterker dan vroeger, door Anatolië. Niet voor niets kent Istanbul zo’n dertig
verschillende winden die elk andere eigenschappen en een andere naam hebben.
![]() |
| Een oldtimer tram in Pera |
Zoals altijd maakt Geert
Mak betere reizigers van ons. Terwijl een reisgids zijn lezers één paar extra
ogen geeft, biedt deze historicus er ons tientallen aan. Wil je Istanbul
bezoeken, laat dan de dorheid van de toeristische gidsjes achterwege en kies
voor de pen van deze auteur die qua taalvaardigheid en verbeelding aanleunt bij
de beste fictieschrijvers! En als je over de Galata wandelt, biedt een
brugbewoner je mischien wel een glaasje thee of een verse vis aan. Gezien de
activiteit van tankers en ander watertransport vanuit de Zwarte-Zee is het
drankje aan te raden boven het pansgerecht. Maar dat is een luxe-keuze die
alleen toeristen zich kunnen veroorloven!
Quotering: *****
Uigegeven
bij Atlas Contact – 2015 (een verkorte versie verscheen als
Boekenweekgeschenk van 2007)
De boeken van Geert Mak



Geen opmerkingen:
Een reactie posten